De voordelen van cloud computing kennen we onder­tussen al. De nadelen ook. En sommige daarvan zullen sterk doorwegen op het wolken­land­schap van de toekomst.

We hebben er de voorbije jaren al meermaals op gehamerd: kiezen voor de cloud biedt vele voordelen. U neemt enkel af wat u nodig heeft, u betaalt per gebruik of per periode, u hoeft niet te inves­teren in snel verou­de­rende infra­struc­tuur, uw gegevens in de cloud zijn van overal raad­pleeg­baar en bewerk­baar, en u breidt uit naarmate u groeit. En dit zijn nog maar enkele van de voordelen.

Maar ook de nadelen zijn al langer gekend. Orga­ni­sa­ties vrezen onder meer het verlies van de controle over hun gegevens, en zijn ook bang voor de impact van een uitval op de bedrijfs­con­ti­nu­ï­teit. Een terechte vrees, volgens sommigen, want zelfs Google garan­deert geen 100% uptime. En dat ook netwerk­ver­bin­dingen af en toe uitvallen, is geen nieuws meer.

Misschien nog het meest afschrik­wek­kende voor bedrijven is het wettelijk kader (of het gebrek eraan) rond bescher­ming van gegevens. Cloud computing in zijn meest absolute vorm kan inhouden dat gegevens eender waar worden opge­slagen. Dat betekent dus dat bedrijven die wettelijk gebonden zijn om hun gegevens binnen de lands­grenzen te houden, niet in zee kunnen gaan met cloud­le­ve­ran­ciers die de locatie van de gegevens niet garan­deren. “Je kan niet je gegevens te slapen leggen in Duitsland en ze zien wakker worden in Frankrijk”, zo verwoordt Chris Drumgoole, SVP global opera­tions bij Terremark.

De zaak wordt nog gecom­pli­ceerder door de fameuze Patriot Act die in de Verenigde Staten werd gestemd. Hierdoor heeft de Ameri­kaanse overheid het recht om alle gegevens die door Ameri­kaanse bedrijven worden gehost, op te eisen en te door­zoeken naar inhoud die mogelijk een bedrei­ging voor de lands­vei­lig­heid zou kunnen vormen. Dat geldt overigens niet alleen voor gegevens op Ameri­kaans grond­ge­bied, maar ook voor gegevens die zich bevinden in data­cen­ters van Ameri­kaanse bedrijven in het buiten­land. Dat maakt het voor vele bedrijven onac­cep­tabel om met Ameri­kaanse cloud­le­ve­ran­ciers in zee te gaan.

Mist over de EU

En daar houdt de complexi­teit niet op. Ook binnen Europa is de mist rond de cloud nog lang niet opge­trokken. De aanbe­ve­lingen die de Europese Unie heeft gedaan rond gege­vens­be­scher­ming, worden immers in elk land anders toegepast. Het resultaat is dat vele orga­ni­sa­ties niet alleen de Ameri­kaanse bedrijven schuwen, maar ook niet bij de buur­landen terecht kunnen als ze hun gegevens niet op grond­ge­bied willen zien belanden dat minder rigoureus omspringt met de bescher­ming dan wettelijk vereist.

De kans is dus groot dat de komende jaren steeds meer nationale clouds de kop opsteken, ten nadele van de inter­na­ti­o­nale spelers. Een buiten­kansje voor de dien­sten­le­ve­ran­ciers en hosting­be­drijven die lokaal verankerd zijn, maar ook voor een partij als Belgacom, die van data­cen­ters op eigen bodem een kern­bood­schap hebben gemaakt in hun recente cloudof­fen­sief.

Niet alleen de voorkeur voor nationale clouds is hierdoor sterker geworden binnen Europa. Ook de voor­liefde voor private clouds is groter dan ooit tevoren, merkt IDC analist Mette Ohorlu op. “Europa is tegen­woordig dol op private clouds. Van de 73 procent van de Europese bedrijven die de stap naar de cloud overwegen, kiest momenteel 55 procent voor de private cloud. Vorig jaar was dat slechts 36 procent.”

Dat is dan weer koren op de molen van de grotere dien­sten­le­ve­ran­ciers zoals Cegeka, Real­Dolmen en NRB. Zij profi­leren zich volop als leve­ran­ciers van private clouds met data­cen­ters binnen de lands­grenzen en SLA’s om u tegen te zeggen. Dat hiermee het prijs­kaartje ook de hoogte in gaat en dus één van de initiële voordelen van de cloud verloren gaat, nemen hun klanten blijkbaar voor lief.

Maar er is nog een domein waarin deze dien­sten­le­ve­ran­ciers zich speci­a­li­seren, namelijk de hybride cloud. “Wij zullen wellicht evolueren naar een model van cloud­ma­ke­laars die à la tête du client cloud­dien­sten inte­greren met de werk­om­ge­ving van een klant”, aldus Peter Hellemans, managed opera­tions director bij NRB. “De cloud broker zal cloud­dien­sten afnemen die van heinde en verre beschik­baar gemaakt worden. De beste cloud­le­ve­ran­cier zal mogelijk degene zijn die de cloud­dien­sten van overal op een goede manier inte­greert binnen de speci­fieke, veelal complexe werk­om­ge­ving van een klant.”

Kleinere dien­sten­le­ve­ran­ciers reageren dan weer anders op de hybride cloud. Zij bieden die ook aan, maar dan in part­ner­ship met een cloud­in­fra­struc­tuur­le­ve­ran­cier zoals Telenet, Belgacom of Combell. “Het onderhoud van de gebruikte hardware blijft op die manier een zaak van bijvoor­beeld Belgacom, met wie de IT-partner zelf afspraken heeft. Zo kan de IT-partner zich concen­treren op de diensten die ze zelf aan de klant aanbieden”, verklaart Chris Debyser van ICT-dien­sten­le­ve­ran­cier PerfIC­Tion, “Als er een probleem is met de hardware, kan de klant ook terecht bij zijn trusted advisor, zonder dat er recht­streeks naar een moeilijk bereik­baar groot bedrijf moet worden gebeld voor een oplossing. Naast kennis, speelt service en vertrouwen ook een belang­rijke rol in dit verhaal.”

Betekent dit dat public-cloud­le­ve­ran­ciers hun beste tijd hebben gehad? Verre van. Ten eerste zal de hybride cloud een waaier van moge­lijk­heden openen voor de public cloud. Dat gelooft ook IDC. Ondanks de popu­la­ri­teit van de private cloud zien ze de markt voor public clouds in West-Europa de komende vier jaar gemiddeld met dertig procent stijgen. De beslis­sing van Microsoft om Office in SaaS-model nog sterker te posi­ti­o­neren in de vorm van Office 365, is hier zeker niet vreemd aan. Het wordt dus geen verhaal van de ene cloud versus de andere, maar wel de ene cloud naast de andere en steeds meer van beiden.

-Auteur: Stef Gyssels

Pin It on Pinterest

Share This