De stra­te­gi­sche betekenis van de Cloud (2)

door | 24 oktober 2015

Ondanks het feit dat dit (zie deel 1) een voorbeeld is uit de ICT-industrie gaat het hier wel om harde waren, die uit een fabriek komen en waar kennelijk nog verras­send veel handjes aan te pas komen. Wat nu als het product wat geleverd moet worden geen product is, maar een soft­w­are­ap­pli­catie of een on-line dienst?

Hoe ziet die ‘unbund­ling’ van het primaire proces er dan uit? Dat is nu precies wat de Cloud doet: ontkop­pe­ling van de schijn­baar logische bundeling van de verschil­lende lagen in de IT-stack in de drie lagen van de Cloud-stack: een Infra­struc­ture-as-a-Service laag, een Platform-as-a-Service laag en een Software-as-a-Service. Om dat toe te lichten pellen we die lagen één voor één af:

 

  1. De Infra­struc­ture-as-a-Service laag is in feite de fabriek van de Cloud. Hier kan, dankzij geau­to­ma­ti­seerde provi­si­o­ning systemen, on-demand machi­ne­ca­pa­ci­teit bij- of uitge­scha­keld worden. De snelheid en flexi­bi­li­teit waarmee dat kan geeft op zichzelf al een versnel­ling aan het proces om een nieuwe dienst in gebruik te nemen. Bovendien kunnen, dankzij virtu­a­li­satie, alle beheer acti­vi­teiten volledig geau­to­ma­ti­seerd worden, waardoor er per systeem­be­heerder veel meer servers in de Cloud beheerd kunnen worden dan buiten de Cloud. Uit markt­on­der­zoek door Intel blijkt dat in de periode voor de virtu­a­li­satie er gemiddeld 35 servers per systeem­be­heerder beheerd konden worden. Na de golf van virtu­a­li­satie staat de teller op 42 servers per systeem­be­heerder, een teleur­stel­lend resultaat als je bedenkt wat die virtu­a­li­satie allemaal gekost heeft. In de Cloud blijken IaaS providers echter tot wel meer dan 2000 servers per systeem­be­heerder te kunnen beheren. Het volume stelt hen in staat om de auto­ma­ti­se­ring van beheer­taken tot in het oneindige door te voeren. Beheren moet je auto­ma­ti­seren. Dat resul­teert in ‘Economies of Scale’, waar een gewoon data­center niet in de buurt kan komen.
  1. Platform-as-a-Service is de laag, waarop enerzijds de appli­ca­ties gepro­gram­meerd worden, ander­zijds de inte­gratie van appli­ca­ties plaats vindt met behulp van proces auto­ma­ti­se­ring met als resultaat een maatwerk oplossing per klant. Dat behoeft nadere toelich­ting. Bij de meeste ‘Platform-as-a-Service’ providers kunnen klanten kiezen uit diverse appli­ca­ties in een zoge­naamde appli­ca­tion store, een soort Bol​.com voor online appli­ca­ties. De klant kan daardoor zelf zijn eigen eind­pro­duct samen­stellen. Omdat deze appli­ca­ties allemaal op hetzelfde platform draaien is de inte­gratie in een hand­om­draai geregeld. Het idee, dat je on-demand appli­ca­ties kan bestellen en on-demand kan assem­bleren tot je eigen eind­pro­duct, zou je “Mass-custo­mi­sa­tion by post­po­ne­ment of assembly” kunnen noemen. Of in goed Neder­lands: het Klanten-Order-Ontkoppel-Punt schuift naar achteren en tege­lij­ker­tijd wordt de door­loop­tijd van de assem­blage tot nul gere­du­ceerd. De droom van elke bedrijfs­kundig ingenieur.

Behalve de standaard appli­ca­ties, die aange­boden worden door de PaaS provider, kunnen soft­wa­re­pro­du­centen of klanten op de ‘Platform-as-a-Service’ laag ook hun eigen appli­ca­ties bouwen, daarbij gebruik makend van reeds bestaande modules of compo­nenten. Modules voor bijvoor­beeld de synchro­ni­satie met mobiel­tjes of de plug-in van een beta­lings­sys­teem hoeven niet meer zelf ontwik­keld te worden, maar zijn als standaard compo­nenten op het platform beschik­baar. Voor­beelden uit de praktijk tonen aan dat de door­loop­tijd voor de ontwik­ke­ling van een appli­catie door een soft­wa­re­pro­du­cent met meer dan de helft gere­du­ceerd kan worden, verge­leken met de tijd die nodig is om alle modules en compo­nenten zelf te program­meren. Het feit dat ook klanten kunnen program­meren op het PaaS platform betekent twee dingen:

  • Er komt een eind aan het oerwoud van onbe­heerde Excel spreid­vel­le­tjes en andere knutsel frutsels, waarvan niemand het beheer voert en waarvan alle mailboxen uitpuilen. In plaats daarvan kunnen klanten op een PaaS platform een eigen app program­meren, die ze direct online beschik­baar kunnen stellen aan collega’s en waarvan het beheer centraal geregeld kan worden;
  • Doordat ze zelf op het PaaS platform kunnen program­meren kunnen klanten, in aanvul­ling op hun standaard appli­ca­ties, het laatste stukje maatwerk bouwen om snel en flexibel inno­va­ties door te voeren. Deze zelf ontwik­kelde apps kunnen aange­boden worden in de online appli­ca­tion store van de PaaS provider, hetgeen de innovatie van andere klanten weer kan versnellen.

Voor grote klanten die bijvoor­beeld al een ERP-systeem geïm­ple­men­teerd hebben, maar toch op zoek zijn naar meer flexi­bi­li­teit, kan een PaaS platform in sommige gevallen ook uitkomst bieden. Voor hen zal de moge­lijk­heid van proce­sau­to­ma­ti­se­ring het belang­rijkste argument zijn om wel of niet voor een PaaS platform te kiezen. Anders dan in de tijd van de grote ERP-systemen, toen we dachten dat alle data in één grote centrale database opge­slagen moest worden, stellen we in de Cloud het proces centraal. Het is een utopie gebleken om alle data in één database te krijgen, laat staan dat ons dat flexi­beler heeft gemaakt. Door het proces centraal te stellen en juist daarin flexibel te kunnen program­meren, maakt het niet uit welke of wiens database geraad­pleegd moet worden, zolang we maar kunnen connec­teren. Dat betekent dat we veel sneller kunnen reageren op vragen van de business, die over het algemeen veel sneller wijzigen dan de afschrij­vings­ter­mijn van een ERP-systeem. Dit betekent overigens niet dat de klant afscheid moet nemen van het ERP-systeem, maar dat het ERP-systeem juist één van de databases is, waarmee we willen connec­teren. Het betekent wél dat er veel meer focus komt op de opti­ma­li­satie van het proces. Dat maakt dat we veel sneller kunnen beslissen om verou­derde compo­nenten te vervangen door nieuwe of flexi­beler compo­nenten om daarmee het primaire proces optimaal te kunnen onder­steunen.

Samen­gevat: op de ‘Platform-as-a-Service’ laag worden de ‘Economies-of-Skills’ gere­a­li­seerd, zoals bedoeld in de theorie van “Unbund­ling the Corpo­ra­tion”. We kiezen de beste compo­nenten, bouwen datgene wat nog ontbreekt er zelf bij en assem­bleren dat tot een maatwerk oplossing. Deze manier van on-demand assem­blage biedt voor het eerst in de geschie­denis de moge­lijk­heid van mass-custo­mi­sa­tion in de IT, wat op zichzelf al een ongekende innovatie is. Voor grote bedrijven met legacy systemen is het mogelijk om met behulp van een PaaS platform de nieuwe online appli­ca­ties met bestaande IT systemen te inte­greren.

  1. Tenslotte de Software-as-a-Service laag. Op deze laag bieden de software vendoren hun appli­ca­ties aan tegen een prijs per gebruiker per maand. Dat kunnen stand-alone appli­ca­ties zijn, maar dat kunnen ook appli­ca­ties zijn, die onderdeel uitmaken van een groter PaaS platform, zoals hierboven beschreven. In dat laatste geval zal de onder­linge inte­gratie kinder­lijk eenvoudig zijn, maar ook in het geval van een stand-alone appli­catie is de inte­gratie met andere appli­ca­ties over het algemeen eenvoudig te reali­seren met behulp van webser­vices. Dat is althans het kenmerk van een goede SaaS-provider: API’s, waarmee webser­vices kunnen connec­teren, worden openlijk gepu­bli­ceerd aan iedereen die er mee wil werken. De eenvoud en de snelheid, waarmee geïn­te­greerd kan worden met andere appli­ca­ties dankzij het feit dat het allemaal web-based appli­ca­ties zijn, is evident. Daarnaast geldt voor SaaS-providers het voordeel dat zij als provider slechts één platform hoeven te onder­houden. Dat maakt een upgrade naar een volgende versie kinder­spel verge­leken met de upgrade van een soft­wa­re­pakket dat bij klanten on-premise draait. Daardoor kan de frequentie van upgrades worden opgevoerd en kunnen er veel kleine upgrades plaats vinden in plaats van deze te moeten bundelen tot een paar grote upgrades per jaar, zoals dat tot nu toe gebrui­ke­lijk is bij pakket­soft­ware. SaaS-providers plannen upgrades per week of per dag in plaats van per jaar, waarmee meteen duidelijk is wat dat doet met de snelheid van innoveren. Het voordeel van de Cloud voor een SaaS-provider is dat zij zich volledig kunnen concen­treren op hun core business, namelijk: het ontwik­kelen en beheren van hun appli­catie. Als ze daartoe gebruik maken van een PaaS platform biedt dat extra voordelen ten aanzien van de snelheid van program­meren en de daaraan gere­la­teerde kosten­re­duc­ties. Maar ook als zij alleen gebruik maken van de infra­struc­tuur van een IaaS provider hoeven zij zich geen zorgen meer te maken over de beschik­baar­heid van de infra­struc­tuur.

     

Het voordeel van het gebruik van SaaS-diensten voor de eind­ge­brui­kers is ook evident. Zij hebben geen omkijken meer naar hun appli­ca­ties, die als on-line dienst via het internet genuttigd worden. Zij hoeven zich geen zorgen meer te maken over patches en updates, die nu door de SaaS-providers verzorgd worden. Zij hoeven zich ook geen zorgen meer te maken over inves­te­ringen in hardware of de lifecycle van hun appli­ca­ties, die zij flexibel en on-demand afnemen. Zij kunnen zich concen­treren op hun eigen core business. Voor beide partijen, afnemers en aanbie­ders van SaaS-diensten, gelden de voordelen van ‘Economies-of-Scope’.

Deze drie lagen in de Cloud-stack noemen we de Cloud enablers, omdat zij de klanten van de Cloud providers in staat stellen precies datgene af te nemen waar zij behoefte aan hebben. Flexi­bi­li­teit dus niet alleen in termen van schaal­baar­heid en pay-as-you-go, maar ook in termen van func­ti­o­na­li­teit. Daarmee stelt de Cloud ons in staat de theorie van ‘Unbund­ling the Corpo­ra­tion’ toe te passen op de IT-stack: ga doen waar je goed in bent en besteed de rest uit aan derden die daar beter in zijn, dan zal je zien dat je flexi­beler wordt en sneller kan innoveren.

De Cloud stelt ons in staat de theorie van ‘Unbundling the Corporation’ toe te passen op de IT-stack.

Maar de Cloud voegt daar een extra dimensie aan toe: de commu­ni­catie tussen de lagen in de Cloud-stack is niet alleen eenvoudig en goedkoop geworden, maar door gebruik te maken van Webser­vices of API’s is er sprake van geau­to­ma­ti­seerde, real-time infor­matie-over­dracht. En als ergens infor­matie altijd up-to-date beschik­baar is, wil je daar natuur­lijk optimaal gebruik van maken: niet nog een keer doen wat een ander sneller of beter kan dan jijzelf. Dankzij de ‘Platform-as-a-Service’ laag kan de infor­matie uit verschil­lende bronnen geïn­te­greerd worden en kan bovendien het proces tussen die infor­matie en verschil­lende appli­ca­ties geau­to­ma­ti­seerd worden.

Om die ontwik­ke­ling te duiden heeft Gartner twee extra lagen toege­voegd aan de Cloud-stack: Infor­ma­tion Services en Business Process Services, die we nader zullen toelichten:

  1. Onder Infor­ma­tion Services verstaan we die diensten, waarbij uitslui­tend infor­matie of data ter beschik­king wordt gesteld. Dat kan eenmalig, zoals in het geval van Cars­potter, waarmee middels het verzenden van een kenteken per sms bericht, de waarde van de desbe­tref­fende auto kan worden opge­vraagd. Maar dat kan ook in een abon­ne­ments­vorm, waarmee toegang wordt verkregen tot een database, om gedurende de abon­ne­ments­pe­riode data uit de database op te kunnen vragen. Een goed voorbeeld daarvan is de infor­matie van de Kamer van Koop­handel, die met behulp van Webser­vices bevraagd kan worden door bijvoor­beeld een CRM-appli­catie. De CRM-appli­catie slaat deze infor­matie niet op, want dat leidt slechts tot verou­derde data, maar leest telkens real-time de meest up-to-date gegevens uit. De Kamer van Koop­handel verzamelt en produ­ceert gegevens en de CRM-appli­catie haalt deze daar, waar deze het beste en het goed­koopst gepro­du­ceerd kan worden: bij de bron. Dit wordt ‘Connected CRM’ genoemd en zou er toe kunnen leiden dat in de toekomst een CRM systeem bestaat uit een framework zonder database, waarin allerlei Infor­ma­tion Services gebundeld worden tot een totaal overzicht van klant­ge­ge­vens.
  2. Met Business Process Services worden diensten bedoeld, waar data niet alleen verzameld, maar ook bewerkt wordt. Die bewerking voegt waarde toe. Ook dat kan een eenmalige handeling zijn, zoals een online enquête systeem, die we allemaal wel eens hebben ingevuld, of een online examen systeem, waarmee je het examen voor bijvoor­beeld het Vaar­be­wijs kan afleggen. Maar het kan ook repe­te­rend van aard zijn, zoals de productie van sala­ris­strookjes. Een mooi voorbeeld van een derge­lijke dienst is iDeal, een online beta­lings­sys­teem van samen­wer­kende banken, dat niets meer is dan een schil rondom de bestaande systemen van inter­net­ban­kieren. Door de verschil­lende systemen van inter­net­ban­kieren te combi­neren in één iDeal portaal, werd een univer­seel online beta­lings­sys­teem gebouwd. Het inte­res­sante van dit voorbeeld is het feit dat, tegen een fractie van de kosten waarvoor anders een heel nieuw online beta­lings­sys­teem gebouwd had moeten worden, er een nieuwe speler in de markt is opgestaan, die qua vertrou­wens­band met de eind­ge­brui­kers alle andere spelers op achter­stand zet. Dat is een typische eigen­schap van de Cloud: herge­bruik van bestaande appli­ca­ties met in dit geval als bijkomend voordeel de vertrou­wens­band met de klant. Techniek is ‘uit’, Trust is ‘in’. In Nederland is iDeal inmiddels markt­leider en het systeem is zo succesvol dat er wordt nagedacht over expansie naar het buiten­land. Zo zullen er in de toekomst meer van dit soort disrup­tive business cases op de markt verschijnen.

De Infor­ma­tion Services en Business Process Services worden de Business enablers genoemd, omdat ze de klanten van de Cloud providers in staat stellen om met behulp van de Cloud enablers nieuwe diensten te bouwen, waarmee ze waarde creëren voor de business.

Samen­vat­ting

We hebben gezien dat de Cloud ons in staat stelt om de theorie van “Unbund­ling the Corpo­ra­tion” toe te passen op de IT-stack, waarbij we onder­scheid maken tussen ‘Infra­struc­ture-as-a-Service’, ‘Platform-as-a-Service’ en “Software-as-a-Service’, die samen de Cloud enablers vormen. Daarmee kunnen we het primaire proces van online appli­ca­ties, online diensten of van de eigen IT afdeling flexibel inrichten en sneller reageren op datgene wat de markt of de orga­ni­satie vraagt qua vorm, functie of aantallen. Gebruik makend van die Cloud enablers kunnen we bovendien nieuwe inno­va­tieve Infor­ma­tion Services en Business Process Services ontwik­kelen, waarmee we waarde creëren met behulp van IT. Dat alles maakt dat de Cloud van grote stra­te­gi­sche betekenis is voor elke orga­ni­satie waar IT een belang­rijke rol speelt in het primaire proces.

Pin It on Pinterest

Share This