Belgische data­cen­ters in de minder­heid

door | 5 december 2015

Als Microsoft enkele weken geleden aangaf om persoon­lijke data van Europese burgers te huis­vesten op Europese servers, dan stonden een aantal Europese lidstaten te glunderen. Duitsland, maar ook het Verenigd Konink­rijk en Nederland. Allemaal landen waar Microsoft al liet uitschijnen om zijn infra­struc­tuur verder uit te bouwen.

België hoort in dat rijtje niet thuis. Meer zelfs: ons land is eerder onaan­trek­ke­lijk als het gaat om het aantrekken van buiten­landse (public) cloud­le­ve­ran­ciers. Zij zien ons land niet als (top)bestemming. En daar hebben ze een aantal goede redenen voor.

1. We zijn te klein

Kent u het verhaal dat de helft van de Belgen op (minder dan) een half uur rijden van de grens zit? Dat zegt al veel. We zijn te klein en vooral, we hebben te weinig plaats. Met name in Vlaan­deren en Brussel is dat het geval. Een data­center naar zoge­naamde Tier 4 of T4-normen hoort ontdub­beld te worden met een afstand van ongeveer 50 kilometer ertussen. In België is dat haast onmo­ge­lijk. Naast te klein, zijn we insti­tu­ti­o­neel ook gewoon te complex.

En Google dan, hoor ik u zeggen ? Dat Bergen Google naar ons land haalde heeft (volgens inge­wijden) vooral te maken met een door­ge­dreven en lokale subsi­die­po­li­tiek. Bovendien: één zwaluw (of een klein groepje) maakt de lente niet.

Klik op het plaatje voor een overzicht van de Belgische Data­cen­ters.

2. Onze energie is te duur (en onzeker)

Dat is mogelijk nog een groter probleem. Ik was een tijd geleden getuige van de pers­con­fe­rentie van een inter­na­ti­o­nale Tele­com­pro­vider. Zij stelden een nieuw data­center voor in Rotterdam. Het derde data­center van de groep in de Benelux. Al zijn die allemaal in Nederland gevestigd, en ook hun Belgische klanten maken er gebruik van. In België plannen ze voor­alsnog geen data­center. Na wat door­vragen bleek de hoge ener­gie­kost de belang­rijkste reden. Een hoge ener­gie­kost, die overigens voor een flink stuk wordt bepaald door de hoge belas­tingen erop. ‘De ener­gie­markt in België func­ti­o­neert totaal anders dan die in Nederland’, zo klonk het diplo­ma­tisch.

Daar komt nog het feit bij dat de ener­gie­voor­zie­ning in België ook niet echt gega­ran­deerd is. De verhalen over een mogelijke break-out tijdens de winter, helpen wat dat betreft niet. Als Belgische data­center-uitbater kan je dan een gigan­ti­sche diesel­in­stal­latie bouwen, zoals een aantal ook hebben gedaan, maar dit kost handenvol geld.

De energie is trouwens niet alleen te duur, ze is nog moeilijk te krijgen ook. Belgische ener­gie­net­werken zijn verouderd en onvol­doende aangepast aan de nieuwe ener­gie­stromen van de gedis­tri­bu­eerde productie door zonne­pa­nelen en wind­mo­lens. Als je in België een nieuw data­center plant, is het grootste strui­kel­blok dus niet alleen waar te bouwen, maar er (op lange termijn) van energie worden voorzien.

3. We hebben wette­lijke beper­kingen

Ons land heeft opval­lende wette­lijke beper­kingen. Zo is het onmo­ge­lijk om een gebouw op twee verschil­lende ener­gie­net­werken aan te sluiten. Dat blijkt hier illegaal, maar is wel een vereiste in het licht van een Tier 4-data­center.

Tel daarnaast ook de veel­vul­dige bouw­voor­schriften bij en dan wordt het wel heel lastig. Daarnaast is er ook nog de fiscale onze­ker­heid. Een data­center is een inves­te­ring die minstens twintig jaar moet renderen, maar in België heb je, volgens sommigen, maar de zekerheid van een paar jaar omtrent fiscale spel­re­gels.

4. Er is gebrek aan concur­rentie

Dat is een klas­sieker, maar speelt zeker een rol. Proximus, de incumbent, heeft in het zakelijk segment een erg promi­nente positie in ons land. Ook al lijkt er beter­schap op te treden, er is vaak onvol­doende concur­rentie, zeker in bepaalde regio’s. Bovendien legt de concur­rentie ook zijn eigen normen op. Zo blijkt het zoge­naamde dark fiber voor een data­center niet eenvoudig te krijgen. Bestaande tele­com­ope­ra­toren in ons land bieden dikwijls uitslui­tend ‘managed fiber’. En dan loopt de kostprijs op.

5. Beperkte verbin­dingen en knoop­punten

De meeste data­cen­ters liggen ten noorden en oosten van het Brusselse, vaak nog in Vlaams grond­ge­bied. Ook al doet Wallonië de laatste jaren een inhaal­be­we­ging, het aantal uitge­bouwde data­cen­ters valt daar op één of twee handen te tellen. Veel heeft te maken met de backbone rond Brussel. Want een data­center zonder sterke connectie, is als een frituur zonder friet, om nog eens een Belgisch voorbeeld te gebruiken.

Data­cen­ters worden aange­trokken door aanwe­zig­heid van inter­net­knoop­punten zoals de AMS-IX, het bekende Neder­landse knooppunt. Een data­center heeft nood aan plekken waar netwerken mekaar kunnen vinden en snel onderling verkeer kunnen uitwis­selen. In België blijkt dit veel minder het geval.

Dat een sterke verbin­ding cruciaal is, blijkt uit het feit dat bijvoor­beeld Google helemaal in het noorden van Nederland in een complete uithoek zijn data­center uitbouwt. Het bedrijf zit er op een paar honderd meter van meerdere overzeese kabels. Meteen bij de bron dus. Een bron waar ons land alleen maar van kan dromen.

Pin It on Pinterest

Share This

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten